Close menu
 
Favoriet Ondernemen

Bank ‘nieuwe stijl’ steeds meer bemiddelaar tussen bedrijf en geldschieter

  • Jongsma, M.
Bekijk hier de PDF

Tijdperk van ‘gesubsidieerde’ leningen, waarbij lage rente wordt terugverdiend met fusies en overnames, lijkt voorbij

Marijn Jongsma

Amsterdam

Banken krijgen langzaam maar zeker een andere rol in de ondernemings­financiering. Ze gaan minder zelf uitlenen, en worden meer een bemiddelaar tussen bedrijf en geldschieter.

‘Bankiers zullen zich meer moeten richten op financiering die niet door de bank zelf wordt verstrekt’, stelt Ferdinand Veenman, corporate-financespecialist bij KPMG.

In tegenstelling tot de Verenigde Staten, waar (grotere) bedrijven zich grotendeels direct op de kapitaalmarkt financieren, was Europa decennialang een door banken gedomineerd continent. Nieuwe, hogere kapitaaleisen — in jargon: Basel 3 — dwingen de instellingen nu hun buffers te vergroten om zo een herhaling van de bankencrisis te voorkomen. Omdat het aantrekken van nieuw eigen vermogen in het huidige klimaat moeilijk is, zit er weinig anders op dan minder uit te lenen.

Het toverwoord is ‘disintermediatie’. In dat proces nemen banken deels afscheid van hun traditionele rol van (spaar)geld aantrekken en een veelvoud daarvan weer doorlenen. Die draai kan op meerdere manieren worden gemaakt.

Het is bijvoorbeeld mogelijk dat banken gewoon ‘ouderwets’ blijven uitlenen, maar de verstrekte kredieten vervolgens deels doorverkopen aan institutionele beleggers als pensioenfondsen en verzekeraars. Ook gespecialiseerde beleggingsfondsen kunnen hier een rol gaan spelen. In dit scenario verandert er voor de kredietnemers weinig. Rente en aflossing blijven gewoon via de bank verlopen. De veranderingen vinden achter de schermen plaats.

Om een substantiële markt voor ‘tweedehandsleningen’ te creëren moet er nog veel gebeuren, benadrukt Veenman. Leningen moeten in vergaande mate worden gestandaardiseerd om ze onderling goed vergelijkbaar en dus verhandelbaar te maken. En, net zo belangrijk: ‘Banken moeten leningen die ze willen verkopen niet beoordelen op hun eigen criteria, maar op die van potentiële kopers.’ Banken lenen liever kort uit, omdat ze daar op basis van de nieuwe kapitaalregels minder buffers voor hoeven aan te houden. Maar verzekeraars hebben langetermijnverplichtingen en zijn dus op zoek naar beleggingen met een lange looptijd.

Het is ook mogelijk om institutionele beleggers al vooraan in het proces mee te laten draaien. Precies dat gebeurt bij de markt voor onderhandse leningen, die nu nog gedomineerd wordt door Amerikaanse verzekeraars. Ook Nederlandse banken steken de oceaan over om voor klanten een ‘USPP’ (een Amerikaanse ‘private placement’) te organiseren. Bekende namen als Wereldhave, Van Oord, Arcadis en Fugro haalden op die manier geld op bij institutionele beleggers in de Verenigde Staten.

De private-placementmarkt is een alternatief voor de middelgrote ondernemingen, die net te klein zijn voor het uitgeven van bedrijfsobligaties. Een emissie kost behoorlijk wat geld, en grote beleggers zijn alleen geïnteresseerd in goed verhandelbare stukken. Daardoor ligt de minimale omvang voor een uitgifte tussen de € 300 en € 500 mln. Bij onderhandse leningen ligt de bodem op een slordige € 50 mln.

De Europese obligatiemarkt heeft inmiddels een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. De markt voor onderhandse leningen, ooit groot voordat de euro werd ingevoerd, staat nog in de kinderschoenen. Wel zijn er allerlei initiatieven. De Britse vermogensbeheerders M&G en de Franse evenknie AXA IM gelden als voortrekkers. Niet toevallig zijn ze beiden onderdeel van een verzekeraar (respectievelijk Prudential en AXA) die alternatieven zoekt voor de inmiddels matig renderende staats- en bedrijfsobligaties. In Nederland loopt Delta Lloyd voorop: het heeft inmiddels € 700 mln uitstaan bij ongeveer vijftien bedrijven. Uit een recente enquête van BlackRock blijkt dat ruim de helft van de verzekeraars wereldwijd van plan is meer geld naar illiquide beleggingen als leningen te schuiven.

Voor een succesvolle disintermediatie is het cruciaal dat de leningen ‘goed geprijsd’ zijn, stelt KPMG’er Veenman. Europese banken hebben lange tijd een relatief lage rente in rekening gebracht, als een soort van klantenbinding. Bedrijven die op die manier zijn binnengehaald brengen veel op bij de begeleiding van onder meer fusies, overnames en aandelenemissies, zo is de gedachte. Maar een verzekeraar wordt daar niets wijzer van en zal dus een hoger rendement eisen. Veenman betwijfelt of de banken veel wijzer zijn geworden van de nagestreefde kruisbestuiving. ‘Ik denk dat de verdiensten heel erg tegen zijn gevallen. Als bank zit je toch in een syndicaat van kredietverstrekkers, en maar enkelen doen mee aan een winstgevender opdracht. Hoe dan ook gaat er een rationalisatie plaatsvinden, met als gevolg een zuiverder prijsvorming.’

Een robuuster financieel systeem gaat voor sommige bedrijven dus gepaard met hogere rentes. Wel zullen ze het toejuichen minder afhankelijk te zijn van banken: die innige relatie bleek tijdens de kredietcrisis een achilleshiel. De grootste pijn zit bij de kleine ondernemers, voorziet Veenman, die nog weinig alternatieven hebben voor de klassieke banklening. ‘Voor banken zijn deze kleine kredieten ook niet zo interessant, aangezien er evenveel tijd en geld in gaan zitten. En in sectoren als de bouw en de non-food detailhandel zijn de risico’s groot.’ Momenteel worden die risico’s onvoldoende weerspiegeld in de rente op leningen, aldus ING-bestuurslid Wilfred Nagel vorige week na afloop van de presentatie van de kwartaalcijfers.

Grootste pijn zit bij kleinere bedrijven, die weinig alternatieven voor klassieke banklening hebben

Bron: FD Krant
 
Reageer als eerste op dit bericht!

Bel gratis met 0800 - 666 666 7 voor hulp met inloggen