Toploondebat
--Richard Paping, econoom en historicus,
Rijksuniversiteit
Groningen
Uitdaging
Er
zijn twee samenhangende mythen over de beloning van het hoogste kader. Ten
eerste vormt het betalen van hoge salarissen geen enkele garantie voor
goede beslissingen. Ten tweede bestaat er geen transparante markt voor
topmensen. Voor 1900 werden vrijwel alle bedrijven geleid door eigenaren.
Als deze op lange termijn volledig foute beslissingen namen, gingen ze
failliet. Door een soort Darwinaans survival-of-the-fittest proces zorgde
dit ervoor dat de grootste bedrijven waren van de verstandigste beslissers.
Nu bestaat zo’n mooi systeem niet meer, topmanagers hebben vrijwel
nooit zelf hun bedrijf opgebouwd, en dragen al helemaal niet de
financiële last op lange termijn van hun verkeerde beslissingen. Het
is zo volledig onduidelijk hoe goed bedrijfsbestuurders werkelijk zijn, met
hoeveel cadeautjes ze ook binnengehaald worden. De thans gegeven salarissen
en bonussen voor het topkader zijn volledig uit de lucht gegrepen, en
hebben meer te maken met het elkaar achterna lopen in het betalen van
steeds hogere beloningen, dan met de feitelijke productiviteit van het
topkader, want die is onmeetbaar. De huidige crisis toont wel heel
duidelijk aan dat de recent in sneltrein tempo verhoogde salarissen er
helemaal niet voor gezorgd hebben dat in bedrijven de juiste mensen aan de
top zijn terechtgekomen.
De uitdaging is nu voor banken en andere bedrijven om een systeem te
ontwikkelen dat er voor zorgt dat wel de verstandigste mensen op die
topposities terechtkomen. Uitgaande van de huidige lage kwaliteit van het
topmanagement en de grote hoeveelheid academici die in de afgelopen 40 jaar
zijn afgeleverd, moet het mogelijk moet zijn beduidend betere beslissers
met verstand van zaken te vinden. Misschien zijn die minder representatief,
niet zulke gladde praters en geen perfecte netwerkers, maar als zij
bijvoorbeeld wel snappen dat als een belegging een hoger rendement heeft,
het risico ook groter is, dan is dat al een stap vooruit. Voor niets gaat
namelijk alleen de zon op in de economie!
--Bas Jennen, advocaat Allen & Overy
LLP
Zonder bonus geen financiële
sector
Change is gonna come! Dat geldt zeker ook voor het beloningsbeleid. Obama
wil zelfs de uitgekeerde bonussen van AIG alsnog terugvorderen. Ook in
Nederland bestaat al geruime tijd publieke onvrede over veel te hoge
bonussen en vertrekpremies. Eind jaren negentig sprak toenmalig premier Wim
Kok van exhibitionistische zelfverrijking. Tot voor kort bleef het bij
dergelijke (soms harde) woorden. Met het uitbreken van de kredietcrisis is
het maatschappelijke debat echter in hevigheid toegenomen. Publiek,
politici en commentatoren uiten felle kritiek op de bonussen bij
financiële instellingen.
Iedereen is het er over eens: het risicomanagement van banken (en overigens
ook van de financiële toezichthouders) heeft wereldwijd gefaald. En de
wijze van beloning van bankbestuurders en -medewerkers was olie op het
vuur. Gerichtheid op korte termijn winst op basis van het nemen van –
naar later bleek – onverantwoorde risico's werd rijkelijk beloond. Er
zijn tal van toonaangevende instanties die wijzen op de gevaren van
beloningsregelingen. Uit een internationaal onderzoek van KPMG blijkt dat
ook de bankbestuurders zelf hun beloningen- en bonussenbeleid zien als de
belangrijkste oorzaak van de kredietcrisis. De Pavlovreactie die volgt is
voorspelbaar. Ook tijdens de G20 top eind vorig jaar is dit onderwerp
besproken. De G20 heeft een actieplan gepresenteerd voor het hervormen van
de financiële markten. Een van de actiepunten op het gebied van risk
management is te zorgen dat beloningsregelingen stabiliteit bevorderen en
niet aanzetten tot korte termijn winst en het nemen van buitensporige
risico's. Nout Wellink kondigde vorig jaar oktober aan dat DNB streng zal
toezien of beloningsstructuren aanzetten tot het nemen van onverantwoorde
risico's. Begin dit jaar deed DNB directeur Joanne Kellerman er nog een
schepje bovenop. Er zal intensiever toezicht worden gehouden op het
risicomanagement van financiële ondernemingen en op de
beloningsstructuur als onderdeel daarvan. Mogelijk leidt dit tot nieuwe
regelgeving en toezichtbevoegdheden. Balkenende en Bos stelden enkele
maanden geleden in een ingezonden brief aan Europese kranten dat banken hun
beloningssystemen moeten veranderen. Zij riepen regeringen en
toezichthouders op hen hierbij de helpende hand te bieden en deze
veranderingen – indien nodig – af te dwingen.
Waar gaat het nu eigenlijk om? Met een hoge beloning is op zich niets mis.
Ook niet als de beloning deels bestaat uit een variabele component,
waaronder een bonus. Als de beloning maar in verhouding staat tot de
geleverde prestatie. Een goede prestatie verdient een goede beloning. Als
een onderneming wil excelleren, zal zij haar medewerkers willen motiveren
en aan zich willen binden. De kritiek op beloningsregelingen lijkt zich
echter vooral te richten op de mogelijke negatieve neveneffecten. Dat is
een te eenzijdige benadering. Beloning is bij uitstek een middel om het
gedrag van medewerkers in de gewenste richting te sturen. Het
beloningssysteem kan dus ook een waardevol onderdeel van het
risicomanagement zijn. Daaraan lijkt de huidige discussie ten onrechte
volledig voorbij te gaan. Maar hoe doe je dat? Wat zijn "goede" prestaties?
Welk gedrag is wenselijk? En hoe moet ik mijn beloningsregeling inrichten
om juist die prestaties of dat gedrag te belonen? Natuurlijk draait het om
commerciële prestaties. En uiteraard moet je innovatief gedrag
stimuleren om op een concurrerende markt onderscheidend te zijn en te
kunnen blijven presteren. Vanzelfsprekend moet worden voorkomen dat daarbij
de persoonlijke (financiële) belangen gaan prevaleren boven de
belangen van de onderneming, cliënten of andere stakeholders.
Daarnaast draait het om het stimuleren van risicobewust (niet:
risicomijdend) en integer handelen. Met andere woorden: risico's herkennen,
onderkennen, wegen en vervolgens op basis daarvan keuzes maken. Ook dat
gedrag moet worden beloond. De onderneming zou, naast commerciële
targets, dus "risicotargets" moeten stellen.
Uiteindelijk is het aan elke onderneming om een eigen visie te ontwikkelen,
haar risk appetite te bepalen en hierover verantwoording af te leggen aan
haar stakeholders. Het leidt echter geen twijfel dat de financiële
toezichthouders, en wellicht ook de wetgever, hun steentje aan deze
discussie zullen bijdragen.
Doctors van Leeuwen, in zijn rol als voorzitter van het Holland Financial
Center, wees er al op: de kredietcrisis biedt de Nederlandse
financiële sector kansen. "De saaiheid en degelijkheid van Nederland
hebben aan belang gewonnen." Laten we deze kans dus benutten en beloningen
inzetten bij de risicobeheersing. Maar laten we er voor waken dat we qua
saaiheid en degelijkheid niet doorslaan.
--B. Jonkergouw,
Utrecht
Beloningsnormen
Nu door de bankencrisis blijkt dat een topbeloning niet per definitie leidt
tot een topresultaat en het een bron is van maatschappelijke onrust, is de
vraag ‘Wat is een rechtvaardige topbeloning?’ zeer relevant. Om
te komen tot uitgangspunten voor een rechtvaardige topbeloning kan een
onderscheid gemaakt worden naar (semi-) publieke en private
organisaties.
Voor bestuurders in de semi-publieke en publieke sector is er al een
rechtvaardige topbeloning, namelijk de ‘Balkenende norm’. Het
salaris van de premier is een uitstekend uitgangspunt om te komen tot een
rechtvaardige topbeloning. De premier oefent belangrijkste publieke functie
van het land uit en heeft daarmee de grootste publieke
verantwoordelijkheden binnen de publieke sector. Alle beloningen in andere
publieke functies kunnen hieraan ondergeschikt worden gemaakt. De
salarissen worden immers betaalt uit belastinggeld. Daarnaast dienen
topbestuurders hun publieke functie niet enkel en alleen uitvoeren om het
hoge salaris. Juist een publieke functie, moet iemand ook
‘willen’ uitvoeren omdat hij of zij dit ziet als een eer,
namelijk het dienen van het publiek belang. Wil men dit niet en wil men
alleen deze publieke functie om het hoge salaris, dan heeft deze persoon
niets te zoeken in de publieke sector.
Om maatschappelijke onrust te voorkomen, zoals recentelijk in de richting
van de voormalig topman van RBS, en om vorm te geven aan het begrip
‘rechtvaardigheid’, is het zinvol ook in de private sector een
beloningsnorm af te spreken. Een rechtvaardige topbeloning zou herleid
kunnen worden door de vraag te beantwoorden: ‘Hoeveel meer mag een
topman/vrouw van een bedrijf verdienen, dan het gemiddeld salaris in zijn
of haar bedrijf?’ Op die manier ontstaat er een beloningskader en een
plafond dat aan de ene kant recht doet aan het begrip rechtvaardigheid en
aan de andere kant recht doet aan het begrip topbeloning.
--H. van der Tempel,
Heukelum
Nieuwe tantième
Maximering van loondienstsalarissen, ook binnen de financiële wereld
en de overheid (iedereen gelijk), tot (voor enkelen) maximaal €
500.000. Bankiers en alle andere in de financiële sector werkzamen
zijn per definitie geen ondernemers omdat zij slechts met andermans geld
handelen. Alleen ondernemers die voor eigen rekening ondernemen zijn
hiervan vrijgesteld. Dat bevordert ondernemingsgezindheid en innovatie. Hoe
meer werknemers een ondernemer heeft, hoe lager zijn/haar persoonlijke
staffel voor vpb en IB, in combinatie met een
‘stabiliteitsfactor’. Indien een ondernemer door de jaren heen
zorgt voor ‘Steady and Solid Growth’, dan gelden op basis van
deze factor steeds lagere belastingtarieven voor deze persoon. Dat voorkomt
overmoedigheid en het nemen van overmatige risico’s. De belasting
komt dan binnen via de werknemers en de ondernemer draagt bij aan de
samenleving door voor een vitale en innovatief ingestelde economie zorg te
dragen.
Daarnaast een nieuwe tantièmeregeling voor de financiële
sector, ter vervanging van de bonuscultuur. De bonus wordt/werd
hoofdzakelijk bepaald door de gerealiseerde omzet, resultaat c.q. waarde
voor de betreffende financiële instelling. De nieuwe tantième
gaat wettelijk verplicht bepaald worden op de gerealiseerde waarde voor de
klanten van die financiële instelling met aftrek van de volledig
transparant gemaakte kosten daarvoor. Dat geeft de prikkel tot
waardecreatie waar de samenleving middels de BTW bij gebaat is en draagt
tevens zorg voor innovaties in de financiële sector om de kosten laag
en concurrerend te houden. De tantième mag, naar rato van salaris
inclusief de contante waarde van de emolumenten, maximaal oplopen tot de
helft van de waarde van het salarispakket van die betreffende werknemer.
Dat schept duidelijkheid. Instellingen of branches die zich daar niet aan
wensen te houden worden middels een maximaal belastingtarief afgeroomd tot
nul. Ook hiervoor geldt dat ondernemers die voor eigen rekening ondernemen,
vrijgesteld worden van deze regeling.
--Jan Bouwens, hoogleraar accounting,
Tilburg
Toegevoegde waarde en
bonus
Onlangs stelde FNV voor het
totale inkomen van topmanagers op maximaal 20 maal het minimum salaris van
het betrokken bedrijf te stellen. Wat zou het effect zijn als we de FNV
norm toepaste? We zoeken een nieuwe CEO voor Shell.
Shell heeft twee kandidaten voor de post van CEO. De eerste, een voormalig
voorzitter van ING vraagt 355.000 euro. De tweede bestuurt thans British
Telecom (BT) tegen een inkomen van 600.000 euro. Hij is bereid om voor
630.000 euro de taak van CEO bij Shell op zich te nemen. De reactie zal
zijn: dan nemen we dus de voormalig ING-man. Echter, deze kiest voor `de
lage beloning', omdat dat het beste is wat hij kan bereiken in het geheel
van voor hem beschikbare alternatieven. Zijn talenten zijn op de markt
minder waard. Wanneer het laagst verdiende salaris als referentiepunt wordt
genomen, kwam de BT-bestuurder niet in dienst want zijn eis ligt veel
hoger. Echter, indien de BT-bestuurder door zijn talent voor Shell veel
grotere contracten kan binnen halen dan de ex-ING’er dan is selectie
van de ex-ING’er onverstandig. Shell laat dan mogelijk miljarden
liggen omdat ze een minder adequate maar wel volgens de FNV-norm betaalde
manager in dienst hebben.
Concluderend, de hoogte van het inkomen moet inclusief bonus afhangen van
de waarde die de manager creëert, elke andere norm is arbitrair.
Bedrijven die de relatie tussen toegevoegde waarde en bonus niet kunnen
toelichten, bewijzen zichzelf een slechte dienst.
--L.M.M. van Noord,
Doorn
Eén denarie
Een landeigenaar ging er vroeg in de morgen op uit om arbeiders te huren
voor zijn wijngaard. Hij werd het met de arbeiders eens voor
één denarie per dag en stuurde ze naar zijn wijngaard. Rond
het derde uur ging hij er weer op uit en zag nog anderen werkloos op de
markt staan tot wie hij zei: Gaat ook naar mijn wijngaard en ik zal u geven
wat billijk is. En zij gingen. Rond het zesde, negende en het elfde uur
ging hij opnieuw en trof er weer anderen aan. Hij zei tot hen: Wat staat ge
heel de dag werkloos? Ze antwoordden hem: Niemand heeft ons gehuurd. Zijn
antwoord: Gaat ook gij naar mijn wijngaard. Tegen de avond sprak de
eigenaar van de wijngaard tot zijn rentmeester: Roep de arbeiders en betaal
hun uit, te beginnen met de laatsten en zo tot de eersten. Toen de
arbeiders van het elfde uur kwamen, kregen zij elk een denarie; toen nu ook
de eersten kwamen, meenden dezen dat zij meer zouden krijgen, maar ook zij
kregen ieder de overeengekomen denarie. Ze namen hem wel aan, maar begonnen
tegen de landeigenaar te morren en zeiden: Dezen hier, die het laatst
gekomen zijn, hebben maar één uur gewerkt en gij stelt ze
gelijk met ons die de last van de dag en de brandende hitte hebben
gedragen. Maar hij antwoordde een van hen: Vriend, ik doe u toch geen
onrecht? Zijt gij niet met mij één denarie overeengekomen?
Neem wat u toekomt en ga heen. Ik wil aan degene die het laatst gekomen is
evenveel geven als aan u. Mag ik soms met het mijne niet doen wat ik
verkies of zijt ge kwaad, omdat ik goed ben? Zo zullen de laatsten de
eersten en de eersten de laatsten zijn.
--Ton Bronkhorst,
Zoetermeer
Gelijke monniken, gelijke
kappen
Een rechtvaardige topbeloning is een beloning die in lijn is met de
algemeen geldende bedrijfsbeloningssystemen, ofwel gelijke monniken,
gelijke kappen. Ofwel als in een company de algemene regel geldt dat het
middenkader een bonus van 20% kan verdienen waarom dan niet hetzelfde voor
de top? De topmanager levert een gelijk deel aan het eindresultaat door
zijn mensen te motiveren zijn ideeën op een identieke wijze uit te
voeren. Dit dwingt de topmanager tevens om naast zijn eigen belangen ook
meer rekening te houden met de organisatie waarvoor hij verantwoordelijk
is.
Voor de afscheidsbonus moet hetzelfde principe gelden — gewoon de
kantonrechterformule. Dit zal tevens het verschil tussen een echte leider
en een zakkenvuller duidelijk maken.
--Kees de Looff, Reuver
Cash geld
Hoofddoel van een onderneming is continuïteit. Dat is in het belang
van iedereen: management, personeel en aandeelhouders - werkgelegenheid, et
cetera. Daarvoor is winst nodig. Het betalen van bonussen zonder directe
relatie met de winst, staat haaks op het ondernemingsdoel.
Een rechtvaardige beloning is een afspiegeling van de geleverde bijdrage
aan de winst. Als je een grote bijdrage levert, mag je een grote bonus.
Geen resultaat? Geen bonus!
Resultaat afmeten aan de aandelenkoers is om veel redenen niet
rechtvaardig. Koersen zijn niet rechtstreeks te beïnvloeden door het
management, althans niet op (moreel) geoorloofde wijze. Bovendien staan
koersen bloot aan de irrationaliteit van de financiële markt in het
algemeen en de media in het bijzonder. Koersen geen goede graadmeter zijn
van de continuïteit van de onderneming, laat staan de prestatie van
het management.
Ik zeg hier ook mee dat bonussen alleen in cash geld betaald moeten worden.
Aandelen- of optieplannen zijn net zo gevoelig voor genoemde invloeden en
geven ook net zo veel prikkel om eigen belang boven het belang van het
geheel te stellen. Gerealiseerde winst, of iedere ratio die deze als
uitgangspunt neemt, is betere maatstaf voor rechtvaardige beloning. Ook
winst is gevoelig voor invloeden van buitenaf, maar goed management kan
daar adequaat naar handelen.
Ik zou nog een voorwaarde willen stellen aan het uitbetalen van bonus: geen
bonus als er in hetzelfde jaar werknemers om economische redenen moeten
afvloeien. Het is te immoreel voor woorden dat het werkloos maken van
mensen kan bijdragen aan het betaalbaar worden van bonussen van enkelen.
Bonussen vaak zo groot of groter dan de gerealiseerde besparing, aannemende
dat die er is. Afvloeien kost geld en gaat ten koste van de motivatie dus
productiviteit van de mensen die mogen blijven.
Tel uit je winst!
--Peter Linssen, Zwolle
Creatieve bonussen
Loononderhandelingen zijn een aangelegenheid van de bonden, niet van de
ondernemingsraad. Daarmee zijn de topsalarissen een individuele
aangelegenheid. Maar waarom wordt dit niet een aangelegenheid van de or?
Dat geeft mogelijkheden voor meer creatieve bonussen, bijvoorbeeld de
vertrekpremie van de ceo is gelijk aan een bonus die gelijk onder het
personeel wordt verdeeld. Dus bij een vertrekpremie 3 mln euro, dan ook 3
mln euro voor het personeel. Dat heeft een remmend effect op de hoogte van
de bedragen, en maakt ook duidelijk dat het niet het werk is geweest van
één persoon.
--Felice Rijnboutt-Eisenburger, Assen
Bonus afschaffen
Je vindt dat iemand een bepaald salaris waard is. Voor dat
geld levert hij zijn/haar werkkracht in alle benodigde facetten, naar beste
vermogen. Bonussen impliceren dat je zonder bonus niet optimaal hoeft te
functioneren. Schaf bonussen dus af.
Als iemand bijzondere dingen kan doen, verdient hij een bijzonder
salaris. Maar, op basis van welke waardebepalingen worden salarissen
vastgesteld? Zo goed als blijkt dat er geen verband bestaat tussen de prijs
die voor ondernemingen op de beurs wordt betaald en de werkelijke waarde,
zo goed is ook het verband tussen salaris en prestatie - mits je kritisch
kijkt - in feite dikwijls ver te zoeken.
Het wordt tijd dat de keizer écht op zoek gaat naar nieuwe kleren,
maar dat zal in onze virtueel ingestelde wereld niet meevallen.
--Jan Wietsma, Zwolle
Oude reflexen
De huidige discussie over een rechtvaardige beloning van topbestuurders
teert nog te veel op de reflexen van de oude economie waarin alleen
economische belangen voorop stonden. De nieuwe economie kent ook waarde toe
aan ecologische en sociale belangen. Het is dan ook verstandig om het
beloningspakket voor bestuurders dusdanig vorm te geven dat zij hun
maximale beloning kunnen halen als economische, ecologische en sociale
waarden met elkaar in evenwicht zijn. Wat ook impliceert dat het belang van
aandeelhouderswaarde puur gericht op economische prestaties verdwijnt. In
die zin zou het goed zijn als er gewerkt wordt aan modellen en oplossingen
waarin meer aandacht is voor de belangen van stakeholders. Wellicht dat een
nieuwe index, te weten de stakeholdersindex, hiertoe een eerste aanzet kan
zijn. Deze index laat zien hoe de diverse bedrijven omgaan met hun
stakeholders. Afhankelijk van de branche waarin een onderneming opereert,
verschillen de wegingen. Zo zal voor een bank het belang van spaarders
zwaar wegen en voor een supermarkt de klanttevredenheid. Meer in algemene
zin moeten zaken als medewerkertevredenheid, milieuvriendelijkheid,
energiezuinigheid, duurzaamheid en aandacht voor de medemens de index
beïnvloeden. De bestuurder die op deze punten goed weet te scoren mag
hiernaar ook beloond worden, de hoogte van de beloning is dan minder
relevant. De verkiezing topman of manager van het jaar is dan niet alleen
maar een feestje voor aandeelhouders en het ‘old boys’-netwerk
maar voor iedereen die een belang heeft bij de betreffende onderneming. Dat
een nadere uitwerking nog wel wat studie verdient, is navenant. Maar de
inrichting van een duurzame beloningssystematiek dient rekening te houden
met de diversiteit aan stakeholders die een bedrijf levensvatbaar houden.
--Mr.G.J.Heeres, pensioenconsultant,
Heemskerk
Pensioenfonds ING
Er is veel commotie over bonussen en terecht. Waar een onderneming in stand
wordt gehouden door de gemeenschap is er geen ruimte voor een bonus, in
welke vorm dan ook . Totaal 300 mln euro aan bonus uitkeren, dat valt niet
te rechtvaardigen. Ook al is het in het belang van die gemeenschap dat een
systeembank als ING blijft voortbestaan . Gelukkig ziet ook het management
van de bank in dat terugbetaling een gerechtvaardige eis is en doet een
dringend beroep op betrokkenen om de bonus vrijwillig terug te storten .
‘So far so good.’ Wat is nu de relatie van bonus en pensioen?
Dat valt te verklaren uit de mededeling van ING dat in het eerste kwartaal
van 2009 een bedrag van 814 mln euro extra in het Pensioenfonds ING in het
kader van het herstelplan zal worden gestort. Verder zal ING onder invloed
van de gedaalde rente en de stijgende levensverwachting dit jaar 200 mln
euro extra premie moeten betalen ( zie: NRC 21 maart). Dat is heel mooi
natuurlijk voor de gerechtigden in het pensioenfonds van ING, te weten de
actieve deelnemers, de gewezen deelnemers en de pensioengerechtigden . Maar
wie betaalt deze rekening? U begrijpt het al, dat is de gemeenschap, u en
ik . In alle herstelplannen die nu door pensioenfondsen moeten worden
gemaakt wanneer sprake is van een reservetekort of onderdekking is het in
elk geval niet de gemeenschap die de rekening betaalt, maar de deelnemers
zelf. Met andere woorden, het gaat hier om een regelrechte subsidie van de
gemeenschap aan alle betrokkenen bij het Pensioenfonds ING . De vraag is of
dat ook de bedoeling was van de steunoperatie bij ING. Overigens zou deze
naar mijn mening ongewilde actie zeer eenvoudig te voorkomen zijn geweest,
namelijk door de uitvoeringsovereenkomst —
‘financieringsovereenkomst’ — aan te passen en het risico
van de onderneming ING te beperken tot het het betalen van de
kostendekkende premie en geen open einden over te laten . In elk geval is
dit een aanbeveling voor de toekomst.
--JH Reints, Vinkeveen
Het teveel afkappen
Een maximum van 1 mln euro is meer dan genoeg. Niemand kan hardmaken dat
hij of zij meer waard is. Het resultaat van de onderneming wordt door alle
medewerkers gemaakt. Alles wat boven 1 mln euro uitkomt dus afkappen door
90% of meer belasting te heffen. Ook maatschappelijk is het onverantwoord
om mensen meer dan 1 mln euro te geven, terwijl er dagelijks mensen dood
gaan van de honger.
--Frans Wuijts, Doorn
Morele vraag
‘De wereld biedt genoeg voor ieders behoefte. Maar niet voor ieders
hebzucht’. Deze uitspraak van Gandhi lijkt van toepassing op de vraag
naar een rechtvaardig topinkomen voor bankiers. De vraag naar
rechtvaardigheid is een morele vraag.
Topinkomens bestaan uit drie gedeelten:
- het deel dat de behoeften dekt;
- het deel dat opgaat aan begeerten;
- het deel dat resteert, want het zal niet mogelijk zijn het allemaal op te
maken.
De grens tussen behoeften en begeerten is niet eenvoudig te trekken. Het
lijkt erop dat een ieder daar in het eigen leven mee moet worstelen.
Bevredigde behoeften leiden over het algemeen tot tevredenheid.
Beantwoorden aan begeerten doet dat vaak niet: wat leuk, lekker, aangenaam,
behaaglijk is, de tong streelt, de zinnen bespeelt, schreeuwt na
(schijn)bevrediging om herhaling dan wel om meer en groter. Vooral als het
tot verslaving leidt.
Wat nu te doen met wat over is?
- pot ik dat voor mijzelf op of probeer ik er nog meer van te maken?
- laat ik het staan voor mijn nageslacht?
- doe ik er iets goeds mee voor anderen? Voor de samenleving?
Het is een reeks van alsnog de eigen begeerten de vrije loop laten, via de
‘erfschenking’ naar de echte onbaatzuchtigheid. Wat is moreel
een goede keuze?
Hier ligt een verantwoordelijkheid voor diegenen die de beslissingen nemen
om een rechtvaardige topbeloning toe te kennen. Kernvraag daarbij is of zij
aan de ontvangers ervan die moraliteitskeuzen willen en kunnen
toevertrouwen. Een handicap is echter dat zij zelf deel uitmaken van een
onrechtvaardige beloningscultuur. Velen roepen nu om het hardst om
overheidsingrijpen. Het FD zoekt naar rechtvaardigheid. Wellicht geldt hier
eerder: ‘Wat Gij wilt dat een ander doet, Ge eerst zelf ontwikkelen
moet’. (Dr. A.H. Bos). Ieder van ons kan hieraan het eigen gevoel
voor rechtvaardigheid en moraliteit schaven.
--Prof. dr. Fred Vlotman, Breukelen
Drie maatregelen
1. Erken wettelijk dat toegevoegde waarde (positief of negatief) in
ondernemingen wordt gevormd door samenwerking tussen drie groepen
'leverende participanten':
- management/RvB & RvC;
- werknemers/OR;
- aandeelhouders/AvA.
De huidige economische crisis toont duidelijk aan dat zowel de
aandeelhouders als het (top)-management en de werknemers (zeker nu er
sprake is van versoepeling van het ontslagrecht!) risico lopen.
2. Schrijf - eveneens wettelijk - voor dat bij het bepalen van de
bedrijfseconomische winst topsalarissen alleen als kosten mogen worden
afgetrokken voor zover ze vast zijn en een door de politiek bepaald,
wettelijk maximum niet overtreffen. Dat maximum zal hoog moeten zijn: bijv.
5 x het salaris van de minister-president. Het moet zo hoog zijn om te
voorkomen dat iedereen die zichzelf als 'topmanager' beschouwt tenminste 1
x 'Balkenende' wil hebben. (Het is niet onwaarschijnlijk dat de 'Balkenende
norm' in kleine en middel grote organisaties tot een verhoging van de
topsalarissen heeft geleid). Door niet 1 x maar 5 x het salaris van
Balkenende als maximum toe te staan, kan gewoon geoordeeld en onderhandeld
worden over het vaste basissalaris van toppers. Door deze wettelijke
bepalingen zullen de salariskosten van de top lager - en dus de het
bedrijfsresultaat hoger - zijn dan zonder deze maatregel.
3. Als sluitstuk van de wettelijke maatregelen zal vervolgens
voorgeschreven moeten worden dat vooraf - in verplicht overleg de drie
groepen 'leverende participanten' - vastgesteld dient te worden hoe winst
(of verlies) verdeeld zal worden over de drie groepen. Immers, het
bedrijfsresultaat, is tot stand gekomen door de bijdragen van deze groepen
en door de risico's die ze hebben gelopen. Over verlies zal in dat
verplichte overleg dus ook vooraf vastgesteld moeten worden in welke mate
elk van de drie groepen gaat inleveren teneinde (de kans te vergroten om)
de onderneming weer gezond te maken.
--Drs. Frits Busman, Berlicum
Eenvoudig recept
Een eenvoudig recept voor een rechtvaardige beloning voor topbankiers is
het volgende, ook geschikt voor toppers in andere sectoren: volledige
afschaffing van alle bonussen en een maximum jaarsalaris van 0,5 mln
euro.
De beloning van bankiers is al jaren volledig uit de hand gelopen. Een van
de redenen hiervoor is dat er een schijnschaarste aan bankiers is opgewekt
door stelselmatig te beweren dat talentvolle bankiers nauwelijks te vinden
zijn. Dit hangt rechtstreeks samen met de omstandigheid dat voor kandidaten
steeds in dezelfde vijver wordt gevist waarin intussen bijna geen integere
en competente bankier meer te vinden is. En dat terwijl er zoveel meer
potentieel aanbod is, zoals bij wijze van voorbeeld:
1. succesvolle mkb-ondernemers;
2. hoogleraren economie;
3. ervaren hogere ambtenaren met financiële deskundigheid.
Een vacaturepublicatie voor (top-) bankier zou in positieve zin verrassende
uitkomsten opleveren. De beloning voor bankiers is voorts geperverteerd
doordat voor beloningen niet een functiebeschrijving centraal staat, maar
uitsluitend wordt gekeken naar de beloningsstructuur bij andere banken.
Zodra elders een hogere beloning wordt aangetroffen, wordt deze zonder meer
overgenomen. Bankiers die niet aan dit ‘haasje over’ mee willen
doen worden met de nek aangekeken of kunnen beter vertrekken. Op deze wijze
winnen de slechte bankiers het altijd van de goede bankiers. Dit is
natuurlijk een heel trieste situatie. In elk geval zal voor de toekomst
moeten worden voorkomen dat deze variant op de wet van Gresham —
‘bad bankers (always) drive out good bankers’ — van
toepassing blijft.
| Gerelateerde artikelen | ||
|---|---|---|
| 22-01 | Obama opent frontaal de aanval op Wall Street | |
| 11-01 | Voetbalclub Haarlem in surseance | |
| 08-01 | De week van Pim van der Feltz | |
| 22-12 | DNB maakt vaart met claims DSB | |
| 22-12 | Griekenland vecht om vertrouwen | |
Om reacties te kunnen plaatsen moet u ingelogd zijn. Ga naar 'Mijn FD' om in te loggen.











