'Met programmeren wordt steeds minder verdiend'
Twee Nederlandse twintigers mogen zich binnenkort meten met de internetgrootheden van de wereld. Oprichters Ninh Bui en Hongli Lai van het anderhalf jaar oud bedrijfje Phusion zijn uitgenodigd om dit jaar de prestigieuze Google Tech Talk te houden.
Met welke prestatie hebben de twee studenten technische informatica deze
eer in de wacht weten te slepen? 'Simpel gezegd hebben we serversoftware
waarop internetsites draaien op dusdanige wijze herschreven dat websites
makkelijker online te zetten zijn en veelal erg veel sneller zijn', vertelt
Bui (24).
Sneller scheelt geld
Dankzij die herschrijving kan een bedrijf als Shopify - dat mensen in staat stelt hun eigen onlinewinkel op te richten - 33% van het computergeheugen uitsparen. Naar eigen zeggen kregen de twee Twitter ook 30% sneller. Dat scheelt natuurlijk enorm veel serverruimte. En dus ook geld.
De serversoftware - zeg maar het raamwerk - dat ze vereenvoudigden heet
Ruby on Rails, de programmeertaal die daarbij hoort Ruby. Beide zijn open
source, zodat iedere programmeur het kan verbeteren. Ruby is ondertussen
een serieuze concurrent van de programmeertalen Java en PHP geworden. Ruby
zou voor een aantal toepassingen een stuk gemakkelijker zijn in het
gebruik. Het kost bedrijven veel minder programmeertijd om een site online
te krijgen die op Ruby is gemaakt. Daarnaast is het systeem flexibel.
Anders dan andere sectoren
Het opvallende is dat de twee rasprogrammeurs niets verdienen met het programmeren - het werk waarvoor ze eigenlijk worden opgeleid en ook de meeste tijd mee bezig zijn. Ruby is immers 'open source' en wordt zodoende gratis aangeboden via internet.
Maar, legt Bui uit, de interneteconomie werkt nou eenmaal anders dan
traditionele sectoren. 'Met het programmeren zelf verdienen steeds minder
IT'ers hun geld. Steeds meer programma's zijn open source. Niet alleen Ruby
maar ook bijvoorbeeld Java werkt nu op die manier.' Het bekendste en veel
ouder voorbeeld van open source-software is natuurlijk het
Linux-besturingssysteem.
Niet voorzien
Voor Bui en Lai maakte het niets uit dat ze het werk gratis verrichtten. De verkoop van deze software stond dan ook helemaal niet in het businessplan dat ze al klaar hadden liggen voor hun toen nog op te richten bedrijf.
Het werk dat ze in het verbeteren van het systeem stopten, was er vooral op
gericht om te laten zien wat ze konden. Zodat ze daarna als vanzelf klanten
zouden krijgen voor hun bedrijf.
Pixar en Symantec als klant gewonnen
'De hele programmeerwereld kijkt mee bij open source-software', legt Bui
uit. 'En zeker bij populaire programma's als Ruby en Ruby on Rails.'
Programmeurs die iets bedenken dat nog nooit is toegepast, worden in
één klap bekend. Ze worden aangehaald op blogs en als ze het
echt goed doen, kan het zo zijn dat ze naar het hoofdkantoor van Google
worden gehaald voor de Tech Talk.
Voor Bui en Lai waren de voordelen enorm: zonder marketingbudget bouwden ze
naam op en toen ze vervolgens hun bedrijf startten, kwamen de
opdrachtgevers vanzelf binnen. In de anderhalf jaar dat ze bestaan hebben
zij wereldwijd grote klanten aangetrokken, zoals Pixar, de New York Times,
Symantec en de Nederlandse publieke omroep.
Het wordt nóg gemakkelijker
Als ze niet de software bieden, wat doen de programmeurs dan voor hun
klanten? Lai: 'Bij de aanwezigheid van gratis alternatieven, moeten IT'ers
creatiever zijn en hun geld gaan verdienen met "service level agreements"
voor bijvoorbeeld het oplossen van incidenten en daarnaast met consultancy.
Verder richten we ons op het aanbieden van aangepaste producten.' Met
andere woorden, het duo maakt de software voor ieder bedrijf op maat. Ze
leveren software waarmee bedrijven Ruby on Rails nóg makkelijker
kunnen gebruiken met nóg grotere snelheid. Ze noemen het Phusion
Passenger en Ruby Enterprise Edition. Dergelijke pakketten lijken goed voor
een omzet van enkele tonnen dit jaar, al wil het tweetal geen cijfers
noemen.
Voorlopig blijft Phusion een tweemansbedrijf. Plannen om uit te breiden
zijn er nog niet. Het tweetal is beducht voor financiële risico's en
als dat betekent dat ze minder hard groeien, het zij dan zo. Bui: 'We zijn
niet naar de bank geweest en al helemaal niet met een investeerder bezig.'
Dat is een les die ze al snel uit de crisis trokken. 'We zaten vorig jaar
bij grote Fortune500-bedrijven aan tafel', herinnert Bui zich. 'De
contracten waren al bijna rond en natuurlijk dachten we dat ze al binnen
waren. Maar veel ervan werden rond oktober 2008 afgeblazen.' Inmiddels, zo
merkt het duo, raken die bedrijven wel weer geïnteresseerd.
Om reacties te kunnen plaatsen moet u ingelogd zijn. Ga naar 'Mijn FD' om in te loggen.


















