Suikeroom
Met een schuld van zo'n euro 2 mln is de HFC Haarlem failliet gegaan. Het draagvlak voor de club was gering, ik ben niet de enige voetballiefhebber uit Haarlem die de gang naar het stadion nooit maakte. Ook de gemeente wilde niet meer bijspringen. Daardoor ging voor het eerst in bijna twintig jaar weer een vaderlandse profclub kopje onder. De emoties van betrokkenen snap ik. Ik zou er als Feyenoord-fan kapot van zijn als dit in Rotterdam-Zuid zou gebeuren (hoewel mijn club waarschijnlijk 'too big to fail' is). Maar nuchter bekeken is het niet te billijken dat overheden profclubs ten koste van alles overeind houden, waar ze noodlijdende ondernemers laten verzuipen. Dan staan er vaak meer werknemers op straat dan de zestig van Haarlem.
Een KPMG-onderzoek becijferde enkele jaren terug dat de 33 (nu dus 32) Nederlandse gemeenten met een profclub alleen al tussen 1993 en 2003 euro 306,3 mln aan steun hebben gegeven. Een derde daarvan bestaat uit giften zonder enige tegenprestatie. Overheden beargumenteren die steun meestal met weinig overtuigende verhalen over de sociale functie van de club of de toeristische werving die ervan uitgaat. Wanneer de naam van de stad in club- of stadionnaam wordt opgenomen en voetballers een praatje houden op een achterstandsschool trekken gemeenten graag de beurs. En wie durft er tegen te stemmen in de raad om vervolgens de harde kern op de stoep te krijgen?
Hoe nu verder? Er bestaat in Nederland een klein groepje profverenigingen, de zogeheten categorie 3-clubs, die kerngezond zijn en zelfstandig hun broek ophouden. Zo paart een club als SC Heerenveen al jarenlang financiële bescheidenheid aan sportief succes. Ook hebben strengere eisen van voetbalbond KNVB hun disciplinerende werking. Straks zal voor veel clubs het bedrijfsleven nog belangrijker worden. Grote bedrijven mogen van hun aandeelhouders meestal niet verder gaan dan sponsoring, maar rijke zelfstandige ondernemers kunnen gekkere dingen doen. Wellicht ligt het voorland van veel clubs in Groot-Brittannië. Een beetje miljardair koopt tegenwoordig een Britse club, al speelt die in de derde divisie. Niet voor het rendement, maar als jongensdroom met status. Iedereen kan bedenken wat er gebeurt wanneer de nieuwe baas op zijn speelgoed is uitgekeken.
Een beetje proactieve bestuurder kan beter de steun van een degelijk familiebedrijf zoeken. Wie niet snapt dat dit uitmaakt, raad ik aan eens af te reizen naar de Oisterwijkseweg in het Brabantse Moergestel. Daar bevindt zich het hoofdkantoor van de bijna drie eeuwen oude schoenmaker Van Bommel. Reynier, Floris en hun jongere broer Pepijn laten daar zien hoe vernieuwing en traditie prima samen kunnen gaan. Wanneer zij ergens in stappen, doen ze dat voor de heel lange termijn. Voor clubbestuurders met interesse, de heren zijn fanatieke fans van Willem II.
Louis Hoeks is chef van FD Entrepreneur. Twitter: @louishoeks
Om reacties te kunnen plaatsen moet u ingelogd zijn. Ga naar 'Mijn FD' om in te loggen.





















