De jaloerse leider
Invidia staat voor jaloezie of afgunst, een complexe emotie met verschillende gezichten. Je kunt afgunst voelen over de bezittingen of het succes van een ander. Ook kun je het anderen niet gunnen dat ze aandacht krijgen van jouw partner. Deel 5 in een serie over leiderschap en de 7 hoofdzonden.
Niet gunnen is zwak uitgedrukt, deze man of vrouw ervaart zeer sterke negatieve emoties. Die richten zich niet alleen op die ander, maar ook op de eigen partner. De woede over het niet loyaal of trouw zijn van de partner, wordt in het normale taalgebruik ook aangeduid als jaloezie.
Jaloerse mensen zijn vervolgens aan te merken als diegenen die meer dan gemiddeld last hebben van deze emotie.
Omdat leiders niets menselijks vreemd is,
hebben ook zij, in meer of mindere mate, last van jaloerse gevoelens.
Dat is niet plezierig, niet voor henzelf maar zeker niet voor hun
organisaties.
Kenmerkend voor jaloerse mensen is dat zij hun omgeving (of hun partner) niet vertrouwen, op een manier die niet in relatie staat tot mogelijke, werkelijke bedreigingen. Dit soort wantrouwen is diep geworteld in de persoonlijkheid en hangt samen met een hoge mate van emotionele instabiliteit, of in gangbaar Nederlands, een sterke onzekerheid.
Het is echter geen situationele onzekerheid, die overgaat als de omstandigheden verbeteren. Het is onzekerheid die behoort bij het karakter van de persoon.
Leiders met dit soort fundamentele onzekerheden, wantrouwen hun medewerkers. Altijd onderzoeken ze of die nog wel loyaal zijn, altijd controleren ze wat ze doen. Vermoeiend voor henzelf, uitermate demotiverend voor de medewerkers.
Het is overigens een subtiele balans. Effectieve leiders controleren ook resultaten en voortgang, maar geven goede medewerkers vertrouwen. Jaloerse leiders kunnen dit niet. Medewerkers die dit ervaren zullen geen behoefte voelen zich voor zo’n leider in te zetten. Een politieke en niet resultaatgerichte cultuur is het gevolg.
Met name op middenmanagementniveau komt nog een andere vorm van afgunst voor. Namelijk die van de managers die hun medewerkers geen successen gunnen, die zelf altijd de lof van de bereikte resultaten opeisen. Die altijd moeten laten merken dat zij het slimst zijn en alles zelf hebben bedacht.
Ook hier is onzekerheid de ontstaansgrond. Het betreft bijna altijd ambitieuze mensen die veeleisende ouders hadden. Als kind waren ze onzeker en zochten ze bevestiging.
De slimste van de groep zijn en successen boeken, leidde tot (al dan niet uitgesproken) complimenten. Profileren werd de manier om je goed te voelen. Dergelijke gedragspatronen kunnen levenslang blijven bestaan, ook al werken ze later alleen nog maar averechts.
De divisiedirecteur die zijn managers aftroeft, oogst geen bewondering maar
afnemende betrokkenheid. ‘Als hij het allemaal zo goed weet, laat hij
het dan zelf maar uitzoeken.’
Jaloezie kan voor sommigen ook voordelen hebben. Vooral in grote organisaties met veel interne politiek, helpen wantrouwen en tactisch profileergedrag enorm om carrière te maken.
Het wantrouwen helpt tactische blunders te voorkomen die door collega’s kunnen worden uitvergroot. Het profileergedrag helpt om in een niet resultaatgerichte en diffuse omgeving op te vallen.
Politieke organisaties zijn ideaal voor jaloerse managers. En helaas, als ze eenmaal de top hebben bereikt, zorgt hun gedrag ervoor dat die cultuur, waarin onzekerheid en demotivatie op de loer liggen, in stand wordt gehouden.
Daarmee is Invidia met recht een hoofdzonde.
Psycholoog Arjan Eleveld,
algemeen directeur van organisatieadviesbureau
LTP, schrijft wekelijks een
column over leiderschap
| Gerelateerde artikelen | ||
|---|---|---|
| 27-02 | Laboratorium van de twijfel | |
| 22-02 | 'Chinezen zijn niet gewend aan complexe producten' | |
| 20-02 | Laatste kans! | |
| 13-02 | Olympische Winterspelen Sportsuccessen zijn niet altijd trotsverhogend | |
| 11-02 | Jongensdromen over Saab | |
Om reacties te kunnen plaatsen moet u ingelogd zijn. Ga naar 'Mijn FD' om in te loggen.












